Schaafwonden

Hij is weleens vaker gevallen. Maar deze keer staan de meiden en ik er met de neus bovenop. Dat is nieuw. En heftig.

Het peloton raast op de finish af. We juichen en schreeuwen, want papa kan nog derde worden.
Opeens zien we iemand vallen. Het zal toch niet?
Wel dus…

We rennen naar de plek des onheils toe. Wij staan op de stoep, hij ligt op de weg. Zal ik naar hem toe gaan? Kunnen de kinderen dit aan?
Hij ligt er niet heel fijn bij, dus ik besluit te wachten. Maar de meiden willen maar één ding: naar papa toe. Dus dat doen we dan maar.

De EHBO-mensen zijn meteen ter plekke. De wonden zijn niet om aan te zien. De meiden huilen. Ik wil ook wel een potje mee janken, maar ik moet nu rustig blijven. Voor de kinderen. Ze zitten geknield bij hun vader en houden hem nauwlettend in de gaten.

Van alle kanten komen mensen naar ons toe: wielrenners, mensen van de organisatie, omwonenden – allemaal bieden ze hun hulp aan.

Na lang wachten komt de ambulance aangereden. Mijn man wordt voorzichtig op de brancard gelegd. De meiden staan bij het hoofdeinde en geven hun vader een kus. ‘Tot straks, papa!’
Dan wordt hij de wagen in geschoven.

Ook bij de spoedeisende hulp wijken ze geen seconde van zijn zijde.
Diagnose: gebroken sleutelbeen en ontelbaar veel schaafwonden. Nou ja, ontelbaar…
‘Hij heeft 27 schaafwonden,’ zegt de jongste tegen de broeder.
‘Of waren het er nou 28?’ De oudste kijkt haar zusje aan.
Ze beginnen opnieuw te tellen.

De broeder lacht. Twee meisjes die precies willen weten hoeveel schaafwonden er op het gebutste lijf van hun vader zitten, dat maakt hij vast niet vaak mee…