Oranje

Woensdagavond. De Oranje Leeuwinnen spelen de halve finale van het WK.
‘Jullie mogen de eerste helft kijken,’ zegt mijn man tegen de meiden.
‘Yes!’ roept de jongste.
‘Mogen we dan ook wat chippies?’ vraagt de oudste.

Geen wedstrijd zonder oranje uitdossing. Mijn man krijgt een oranje pet op en ik zit met een oranje bloem in mijn haar. De meiden eten oranje chippies uit oranje bakjes.

Ik zit meteen helemaal in de wedstrijd. Ik spring op als de bal tegen de lat knalt, sla de handen voor mijn ogen als het mis dreigt te gaan en roep instructies tegen het scherm. ‘Speel de bal naar rechts, daar is ruimte!’
‘Mam, ze horen je niet, hoor,’ zegt de jongste droog.
Duh…

‘Wat is buitenspel?’ vraagt de oudste.
‘Poeh, dat is lastig om uit te leggen,’ antwoord ik.
‘Zo moeilijk is dat niet,’ zegt haar vader.
Hij pakt de oranje bakjes, de afstandsbediening en een paar haarclipjes. Hij schuift wat met de spullen over de salontafel en laat zo zien wanneer een speler buitenspel staat.

Na de eerste helft brengen we de meiden naar bed en kijken we samen verder.
Na ruim 90 minuten is het nog steeds 0-0. Dat betekent verlengen.
Ik sta op van de bank en loop naar de deur. ‘Ik ga naar bed.’
‘Het is te spannend, hè?’ vraagt mijn man.
Hij kent me langer dan vandaag. Verlengingen, penaltyseries ‒ ik kan het mentaal niet aan.

In bed fluistert mijn man dat ze de finale hebben gehaald.

De volgende ochtend vertelt hij de meiden het goede nieuws.
‘De verlenging heb ik alleen gekeken. Mama vond het te spannend,’ voegt hij eraan toe.
De oudste kijkt me niet-begrijpend aan. ‘Mam, je loopt toch niet weg tijdens zo’n belangrijke wedstrijd?’

Wel dus. Dat wordt nog wat met de finale…

Sport vector gemaakt door freepik – nl.freepik.com