Nacontrole

Het is vrijdagochtend, 8.45 uur, in de herfstvakantie.
‘Gaan jullie mee?’
Twee duffe hoofden draaien mijn kant op.
‘Huh, waar naartoe?’
‘Papa moet voor nacontrole naar het ziekenhuis.’
‘Ja, ik ga mee,’ zegt de oudste.
‘Neh, ik blijf thuis,’ zegt de jongste. Ze vindt het nog veel te vroeg voor actie.

We rijden langs de voorkant van het ziekenhuis.
‘Zes weken geleden moesten we daar naartoe.’ Ik wijs naar het bordje ‘Spoedeisende hulp’.
Toen lag hij compleet in de kreukels. Nu is de situatie gelukkig anders. Hij kan weer bijna alles, hij heeft zelfs alweer een stukje buiten gefietst.
Nu zijn we terug om te kijken of het bot helemaal is aangegroeid. Dat hopen we natuurlijk heel erg.

We wandelen door de lange gangen.
‘Kijk uit, er komt een autootje aan,’ zeg ik tegen de oudste.
Ze kijkt om en lacht. Er rijdt een soort golfkarretje voorbij.
‘Je mag wel opstappen, hoor,’ zegt de man vriendelijk.
Dat laat de oudste zich geen twee keer zeggen.
‘Waar moeten jullie zijn?’ vraagt hij.
‘V2.0. Mijn man en ik lopen wel,’ antwoord ik.

Een paar seconden later rijdt de oudste prinsheerlijk door de gangen.
Het karretje stopt bij een bankje, waarop een jongen met krukken zit. De oudste stapt af en bedankt de bestuurder.
‘Dat was een leuk ritje,’ zegt ze.

Een poosje later zitten we met ons drieën in een klein kamertje. De arts stelt zich aan ons voor.

‘Ah, jij hebt natuurlijk vakantie!’ zegt ze tegen de oudste.
De arts trekt en draait aan de schouder. Niets doet pijn. Dat is een goed teken. Maar op de foto is te zien dat het bot nog niet helemaal is aangegroeid.
We moeten over zes weken terugkomen.
Helaas voor de oudste is het dan geen vakantie…

Design vector created by dooder – www.freepik.com