Naaldbos

Na nieuwjaar start de oudste dochter een nieuw project: kerstbomen verzamelen. Ze laat er geen gras over groeien. In no time zijn we heel wat afgedankte kerstbomen rijker. Onze vinex-tuin verandert in een naaldbos. Een dik pak sneeuw erbij en het plaatje is compleet.

Woensdagmiddag kunnen de bomen worden ingeleverd. Ze heeft uitgezocht dat ze per boom 20 cent én een stempel krijgt. Met een volle stempelkaart mag je gratis naar het zwembad. Dat lijkt haar wel wat.

Het inzamelpunt ligt op pakweg 500 meter van ons huis.
‘Hoe krijgen we die bomen daar eigenlijk?’ vraagt de oudste.
‘Die knoop je met een touw aan de bagagedrager vast en dan fiets je naar het inzamelpunt,’ antwoord ik.
‘Hebben we touw?’
‘In ieder geval geen stevig touw. Weet je wat, we bellen opa. Hij heeft vast nog wel supersterk boerderijtouw.’

Zo gezegd, zo gedaan. Opa stelt rood touw ter beschikking ‒ ouderwets, degelijk, niet kapot te krijgen touw.
‘Mama, wil je ons helpen met het vastbinden van het touw?’ vraagt de oudste.
‘Natuurlijk, laat dat maar aan mij over.’
Vakkundig knoop ik het touw tussen de zijtakken van de boom vast. Daarna bevestig ik het andere uiteinde aan de bagagedrager.
‘Je kunt wel zien dat je van de boerderij komt, mam, je bent er echt handig in.’
Ik glim van trots. Wat een mooi compliment!

Na twee uur slepen, knopen leggen en losmaken, is de klus eindelijk geklaard.
Eén stempelkaart is vol. De tweede heeft nog drie lege vakjes ‒ net niet genoeg voor nog een gratis toegangskaartje. Jammer, maar helaas.
Terwijl ik thuis chocolademelk met slagroom klaarmaak, komen de meiden enthousiast binnenstormen.
‘Mama, die meneer heeft ons de laatste drie stempels ook gegeven. Nu kunnen we met z’n tweeën gratis zwemmen!’
Kijk, die man begrijpt het dus…