Luie ogen

‘Kijk, papa, moet je lezen!’ De oudste houdt een brief voor haar vaders gezicht.
Hij gooit zijn hoofd naar achteren en staart met half dichtgeknepen ogen naar het papier.
De oudste kijkt hem verbaasd aan. ‘Wat doe jij nou?’
‘Je vader moet een leesbril,’ zeg ik.
Hij schudt zijn hoofd. ‘Daar moet je zo lang mogelijk mee wachten, anders krijg je luie ogen.’

De laatste tijd heeft hij trouwens ook steeds vaker last van te korte armen. Wanneer hij de bereidingswijze op een pak pannenkoekenmix wil lezen, strekt hij zijn arm zo ver mogelijk uit en tuurt hij naar de tekst.

‘Pahap, je moet echt een bril!’ roept de oudste.
‘Nee, hoor, gaat nog prima.’

Het is bijna Vaderdag.
‘Zullen we papa een leesbril geven? Gewoon zo’n goedkope, kun je tegenwoordig overal krijgen,’ zeg ik.
Dat vinden de meiden een heel goed idee.

De jongste en ik gaan shoppen. In de eerste de beste winkel hangt er een wand vol leesbrillen. Maar ja, welke sterkte moeten we nemen?
Op de wand staan teksten in verschillende lettergroottes afgedrukt. Ik schat een beetje in welke manlief nog zou kunnen lezen en kies een bril met de betreffende sterkte. We gaan voor een rechthoekig, matzwart montuur.

Vaderdag.
De meiden verwennen hun vader met zelfgemaakte kunstwerken en cadeautjes. Als laatste krijgt hij het langwerpige pakje aangereikt.
‘Het is een hint,’ zeg ik.
Hij kijkt me vragend aan en pakt het uit. ‘Een leesbril!’
‘Zet hem eens op,’ zegt de jongste.
Meteen drukt de oudste een krant onder zijn neus.
‘Hé, ik kan het allemaal gewoon lezen!’ roept hij.

Je zou denken dat hij en die leesbril vanaf dat moment onafscheidelijk zijn. Maar niets is minder waar. Liever te korte armen dan luie ogen, lijkt hij te denken…

Frame vector created by macrovector – www.freepik.com