De Mol

Onze dochters zijn fan van het programma Wie is de Mol?
Ze slaan geen aflevering over en kijken allerlei filmpjes op internet met ‘Mol-hints’.
Ook op school is het gespreksonderwerp nummer één.

Mijn man en ik hebben het programma nog nooit gezien. Maar door de updates van de meiden krijgen we best veel mee. Zo weten we dat Sinan niets doet, Robèrt er niks van bakt en dat Niels, Sarah en Merel in de finale staan.
‘Mam, wie is volgens jou de Mol?’ vraagt de oudste.
‘Ik denk Niels.’
‘Waarom denk je dat?’
‘Omdat ik zijn liedje leuk vind.’
‘Maham, dat is geen reden!’
Ik haal mijn schouders op.

De meiden balen als een stekker dat hun ouders ‘Mol-ontkenners’ zijn. Hele gezinnen zitten elke zaterdagavond aan de buis gekluisterd ‒ bakje chips, glaasje frisdrank erbij.
En zij? Zij kijken naar een oersaaie wielerkoers, die papa heeft opgenomen…

Het is voor hen superbelangrijk dat ze geen aflevering missen. Uiteindelijk komen we tot een compromis. De meiden mogen zondags na kerktijd WidM kijken. Dan kunnen ze maandag gewoon meepraten op school.

‘Mam, mogen we vanavond de finale wel live zien?’
‘Hoezo, jullie kunnen morgenmiddag toch gewoon kijken?’
‘Ja, maar als iemand in de kerk vertelt wie de Mol is, dan is er niets meer aan.’
Papa en mama gaan in overleg.
‘Jullie mogen morgenvroeg vóór de kerk WidM kijken.’

Zondagochtend roepen de meiden vanaf de bank: ‘Merel is de Mol!’
‘Oh, dat wist ik al vanaf het begin. Daarom heb ik maar niet meegedaan,’ zegt mijn man.
‘Pahap!’ is het enige wat ze zeggen.

‘Misschien kijken we volgend jaar wel mee,’ zegt hij.
‘Echt!?’ roepen ze.
Ik vrees dat ze het woord ‘misschien’ niet hebben gehoord.
Daar komen we dus niet meer onderuit…

Designed by Macrovector