Bidon

Bidons. Bij bijna elk loop- of fietsevenement wordt er wel eentje uitgedeeld. Ons huishouden is inmiddels verrijkt met een zeer uitgebreide collectie.
Onze dochters hebben ook bidons, maar dan de kleine variant in frisse kleuren en met vrolijke figuurtjes erop.

Hartstikke handig, die dingen. Maar ze zijn ook weleens irritant. Bijvoorbeeld als je er 43 in de gangkast hebt staan. In lege toestand zijn ze ook nog eens heel wankel. Dus als ik iets uit de gangkast pak, klettert er altijd wel eentje. Die valt dan weer tegen zijn buurman aan en ja hoor, daar heb je het gevreesde domino-effect. Vervolgens moet ik tussen de poetsdoeken op zoek naar de bijbehorende dop.
Dan kan ik even geen bidon meer zien.

Zaterdagochtend. Mijn man bereidt zich voor op een wielerkoers. Hij vult een hele batterij bidons met water, aangelengde siroop en … chocolademelk.
De eerste keer dat hij chocolademelk in een bidon goot, vroeg ik: ‘Huh, wat doe jij nou?’
‘Chocolademelk bevordert het herstel na de koers,’ antwoordde hij.
Ik leer nog eens wat.

‘s Middags staat het aanrecht vol met lege bidons. Ik spoel ze eerst even om, voordat ze de vaatwasser in kunnen.
Naast de sportbidons staat ook het rode exemplaar van de jongste dochter.
Ik trek de dop open en verwacht een restant ranja aan te treffen. Maar nee, ik ruik chocolademelk.
Mijn dochter drinkt nooit chocolademelk uit een bidon.
Dan opeens valt het kwartje. Mijn man heeft hem gebruikt!
Van alle bidons die we hebben, de ene nog blitser dan de andere, pakt hij uitgerekend de bidon van zijn dochter.

Ik zie het helemaal voor me: een stoere, tot in de puntjes gesoigneerde wielrenner, die na de koers zijn hersteldrank lurkt uit een rood bidonnetje met tekenfilmfiguurtjes erop.

Dat móet er gewoon heel schattig uitzien.

Voedsel vectoren designed by Freepik